Dag 15 Jackson – Salt Lake City


dinsdag 22 september

Brr, wat was het koud vannacht. We hadden nachtvorst en met een enkel glas ruit boven je hoofd, ga je dan naar een slaapmuts verlangen. Ook in Jackson, onze eerste, vroege stop, is het nog fris. Jackson was vroeger een pioniersstadje en tegenwoordig een (dure) wintersportplaats. Bijzonder zijn er de vier bogen van hertengeweien op het centrale plein. Verder bestaat het centrum van Jackson vooral uit talloze kunstgalerieen en kledingwinkels, waar ze cowboyhoeden en leren jasjes verkopen. Bij de kunst moet je je levensgrote bronzen beelden van elanden, beren, arenden en indianen voorstellen. De schilderijen geven ongeveer dezelfde taferelen weer. Al met al hebben we het met een goed uur wel bekeken.

Daarna voert de route ons via de 89 via Bear Lake naar Salt Lake City. Een prachtige route, die – eigenlijk voor het eerst deze reis – het begrip Indian Summer waar maakt. In het begin kronkelt de weg mee met de Snake River en zien we veel rode en gele bosschages tussen de naaldbomen. Het laatste deel rijden we door een bergkloof met ook weer water en de mooie herstkleuren. In het middengedeelte gaat de weg door een veel bredere vallei, soms door piepkleine plaatsjes met leuke houten huizen. Deels is de vallei ook boerenland en wordt duidelijk dat Amerikanen niet houden van het begrip ‘ruimtelijke ordening’. Het resultaat is een landschap vol hier en daar (enige honderden meters uit elkaar) slordig neergezette houten huizen, die dan weer worden omringd met een uitstalling van auto’s, tractors, hout en dergelijke. Niet echt fraai. Je begrijpt dan prompt waarom men in de Nationale Parken het landschap wil houden zoals het was en commercie er uit den boze is.

We staat nu op de KOA in Salt Lake City. Morgen gaan we kijken in het centrum van deze Mormomenhoofdstad.

We hebben vandaag 280 mijl gereden en hebben daar 9 uur over gedaan, inclusief de stop in Jackson en een lunch in tacotentje, tanken en gas laden.